Korte beschrijving situatie
Willem Bol is een gepensioneerde bouwvakker die in een rolstoel zit. Hij kan nog zelfstandig naar het toilet en naar bed, maar buiten heeft hij moeite om zijn rolstoel voort te bewegen. Hij is mager geworden en hij draagt te grote kleding waardoor hij fragiel oogt. Hij is een oude socialist die de Waarheid las in de goeie oude tijd van Fre Meis. Willem woont in een beneden woninkje in de Oosterparkwijk. Hij is het type dat gemakkelijk een praatje maakt.
Het glas is halfvol, hij gelooft in er voor elkaar te zijn en verder jezelf zo goed mogelijk redden. Hij heeft een zoon en een dochter, en kleinkinderen zijn vrouw is al overleden en hij mist haar erg. Hij heeft een scootmobiel aangevraagd en mevrouw Sneller van de WMO Groningen komt langs voor een keukentafelgesprek. Zij is een 45 jarige stijve vrouw in mantelpak, keurig gekapt haar en platte schoenen en ze heeft zijn dossier bij zich. Ze gelooft heilig in de wet en in de regels die er zijn voor de WMO en die leeft ze dan ook na. Empathie is haar vreemd. Ze is punctueel, is lid van een leesclub, verder reist ze graag en woont met haar man in een groot huis in Haren, de kinderen zijn al uit huis
De dialoog
(Willem Bol zit alleen op het toneel)
Willem Bol : Goedemiddag allemaal, ik wil mij even voorstellen, mijn naam is Willem Bol, ik ben 70 en gepensioneerd bouwvakker. Mijn mooiste herinnering was eind jaren 60 en begin 70 toen ik de hele wereld aankon en gelukkig getrouwd was met mijn Grietje en ons kinderen werden geboren . Sinds kort kan ik niet meer zelfstandig de deur uit en dat vind ik heel vervelend, dei afhankelijkheid begrijpt u wel! Niks voor mij Dus heb ik een scootmobiel aangevraagd bij de WMO Groningen en nou komt er zo’n vrouw langs voor wat ze noemen een keukentafelgesprek!
(De bel gaat). Oh daar zal je haar hebben!
(Willem doet open, zij stellen zich aan elkaar voor en mw Sneller biedt haar elleboog aan. Opa vraagt haar met een gebaar om hem naar de kamer te duwen. Sneller is geïrriteerd, maar geeft de rolstoel een stevige duw)
Mevrouw Sneller: Ach wat een alleraardigste stoel, hobby van U? Heeft u nog andere hobby’s waar u zich in kunt uitleven. Sport u ook nog, bent u voldoende in beweging?
(De achterliggende vraag lijkt dan ook: “Wat kunt u nog zelf?)
Willem (die altijd rap is met antwoorden): Nee, mijn zoon heeft de stoel gemaakt, hij is heel handig en schildert graag. Heeft hij trouwens wel van mij, ik kon alles! En fietsen met mijn vrouw toen ze nog leefde, mooie tijd!
Mevrouw Sneller: Maar dat is fantastisch, heeft u nog familie of vrienden die u nu begeleiden? Gaat u wel eens uit?” Ze gaat zitten op een andere stoel alsof ze er geen vertrouwen in heeft om op de andere stoel te gaan zitten, ze pakt haar dossier en pen, haar bril zet ze op het puntje van haar neus.
Willem: Vorige week nog was ik in het theater met een buurvrouw, zij heeft me gehaald met haar auto en we waren bij de André van Duin show, een belevenis!
Mevrouw Sneller: André van Duin, toe maar wat een luxe uitje!” “Zo mijnheer Bol, nu even over uw aanvraag, (ze murmelt nummer 333) u heeft een rolstoel en u wilt een scootmobiel. Weet u wel dat een scootmobiel heel erg duur is en dat door de vergrijzing de kosten enorm oplopen! Waar is de dichtstbijzijnde bushalte?
Willem: Ja dat weet ik, maar ik heb mijn hele leven gewerkt en dankzij ons arbeiders hebben we nu goeie zorg! Fre Meis zei het altijd al. Als de arbeiders er niet waren hadden de rijken niet te vreten!
Mevrouw Sneller (kortaf) ”De bushalte, waar is die?”
Willem: “Oh, hier om de hoek, maar wat heeft dat er nou mee te maken dat ik graag een scootmobiel wil hebben?”
Mevrouw Sneller: (doet of ze de opmerking niet hoort, vertraagt )“Ohhhh wat boft u toch, zo dichtbij, maar als u honderd meter kunt lopen of met uw rolstoel kunt rijden dan heeft u een scootmobiel helemaal niet nodig. U kunt met de bus overal komen!”
Willem: “Maar ik wil graag zelf boodschappen doen en dat dat lukt niet meer met de rolstoel. Als ik een scootmobiel heb, kan ik in de winkel zelf boodschappen doen en kan ik ook een dagje zelfstandig uit gaan wanneer ik dat wil!”
Mevrouw Sneller: “Helaas mijnheer, u heeft kinderen, zij kunnen u helpen met de boodschappen. En als u een dagje weg wilt kunt u het steunpunt mantelzorgers inschakelen, zij kunnen u vast wel helpen om een vrijwilliger te zoeken die met u een dagje op stap wil, zodat zij uw rolstoel kunnen duwen. Zo’n mooie lichtgewicht rolstoel, wij noemen deze gekscherend wel eens de Mercedes onder de rolstolen, ha, ha! Ik zal uit coulance u een verlenging geven voor deze rolstoel, maar een scootmobiel zit er helaas niet in. Maar over vijf jaar heeft u weer een verlenging nodig voor uw rolstoel, dan moeten we ook nog maar eens goed kijken of een scootmobiel dan nodig is.”
Willem(loopt rood aan en wordt boos:) “Oh, maar ik kan mijn rolstoel niet meer voortbewegen, ik krijg pijn in mijn armen , ik heb geen kracht meer en mijn schouders doen heel erg pijn, de kinderen hebben het druk, druk!” Willem doet zijn armen omhoog en wil laten zien dat hij nog maar een klein stukje zijn armen ophoog krijgt!
Mevrouw Sneller: “Ik begrijp het mijnheer, maar u weet het toch: rust roest, blijf bewegen, maar ik moet nu weg, blijft u vooral zitten, ik kom er wel uit.” Sneller staat op en bij de deur draait ze zich om: “Och, zou ik het toch bijna vergeten. U heeft toch ook een taxipas?” (Willem knikt ja).
Mevrouw Sneller: “Die komt zeer waarschijnlijk te vervallen, er is gebleken dat er enorm veel misbruik van wordt gemaakt. Veel ouderen gaan er zelfs mee naar het café, dat kan echt niet meer.”
Willem( raakt in paniek): “Maar ik heb nooit gerookt en nooit alcohol gebruikt en ik gebruik zelfs geen wietolie, hoewel men mij verteld heeft dat een drupje wietolie wonderen kan verrichten tegen de pijn.”
Mevrouw Sneller “Weet u dat is het vervelende van deze tijd: door misbruik van anderen worden mensen zoals u de dupe! Maar de wet is de wet en die geldt voor ons allemaal. U krijgt een brief van mij en dan kunt u bezwaar maken, daar staat precies waar u het bezwaarformulier kunt downloaden, heel simpel hoor! Dag mijnheer, fijne dag nog”
Willem (is alleen en roept wanhopig): “Help ik pleeg Harakiri, wat een kreng. Mijn vriend woont in een dorp, is beter ter been dan ik, hij kreeg wel een scootmobiel. Ik vraag verhuisvergoeding aan!”
Mary Ritsema en Geert Ritsema
Schipborg, november 2021
Recente reacties