De bomen langs het pad,
Staan netjes op een rij,
Ze zijn gesnoeid.
Het is hier altijd Wad.
Ik liep tegen een lamp,
kreeg er hoofdpijn van,
dit was het dan,
kwetsbare observaties.
Ga scheiden van de pijn,
Ik trek mij terug
Uit mijn verleden,
In het heden.
Dit beleven, dat is fijn
Laat mij toch minnen,
Iets nieuws beginnen,
Liefdevol aanwezig zijn.
Denk aan de buren,
laat de aarde niet verzuren,
laat los, ga kuren.
We lopen ons blind te staren,
Maken handgebaren,
Om afstand te bewaren,
Diep in mij,
Daar groeit mijn liefde, thuis.
Van binnen is het stil.
Luister naar de wind,
Die mij met de natuur verbind.
Heb zin in elke dag,
Die ik beleven mag.
Wolken stijgen op naar de hemel,
In de stilte na de storm,
De zon breekt door,
Ik ga ervoor.
Ode aan de lucht,
Ik slaak een zucht
